dinsdag 22 maart 2016

Dépaysement

De Fransen weten ervan, zij hebben er zelfs een woord voor: dépaysement heet het, dat gevoel dat je krijgt als je in een ander land zit. Neen, het is geen heimwee. Heimwee heeft een beetje een negatieve bijklank, het dekt de lading niet. Heimwee impliceert een droef gevoel, alsof je hier niet gelukkig bent. Dépaysement zegt het allemaal: het omvat de emoties die je voelt wanneer je je tracht aan te passen aan een nieuwe omgeving. En dat proberen wij al een aantal maanden te doen: ons aanpassen, kijken waar wij passen in dit nieuwe land.

Dat aanpassen lukt aardig, al zeggen we het zelf. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de voorbije acht weken weinig bezig was met andere zaken dan training. Al mijn energie was geconcentreerd op het doorlopen van de training. Ik vertoefde in een kleine bubbel, een mini-universum, en alles wat daarbuiten gebeurde kon me niet deren. Nu ik bevrijd ben, heeft mijn hoofd weer tijd. Tijd om rond me te kijken en weer te beseffen waar we beland zijn, tijd om te genieten van al het moois dat dag in, dag uit op ons af komt.

Het is best veel waar we aan moeten wennen, maar we hebben al een bijzonder lange weg afgelegd. Het zit hem in de kleine dingetjes. We verstaan het Nieuw Zeelandse accent moeiteloos dus geen rare situaties meer in de supermarkt. We hebben klantenkaarten met exotische namen zoals Fly Buys en Onecard. We hebben een Nieuw Zeelands rijbewijs, dus kunnen nu overal het nationale identiteitsbewijs tonen. Rechts rijden is ondertussen waarschijnlijk moeilijker dan links rijden. We vinden zonder problemen onze weg in de stad, geen GPS meer nodig. Ik spreek al een aardig mondje Te Reo (want ja, zo noemt de taal die de Maori spreken), Maori liedjes boezemen me geen angst meer in en mijn collega's geven me complimentjes over mijn vorderingen. Ik krijg geen inzinking meer als ik naar de chips-smaken kijk, sommige zijn zelfs best lekker. We weten eindelijk waar we lekkere kaas en chocolade kunnen kopen.

Er zijn zoveel kleine vorderingen die we gemaakt hebben in de voorbije zes maanden. Heel af en toe verbazen we ons erover, maar nog veel vaker verbazen we ons helemaal niet. Het grootste deel van de tijd leven we ons rustige leventje, hier op de andere kant van de aardbol. We beseffen niet altijd waar we zijn, soms vergeten we heel eventjes dat we in Nieuw Zeeland zijn. Het lijkt dan allemaal zo gewoon, het lijkt normaal. Maar altijd komt er dan terug stilletjes dat besef. Het besef dat we toch wel heel ver weg zitten, dat we niet zomaar eventjes de telefoon kunnen nemen en bellen, dat we niet zomaar eventjes kunnen binnenspringen bij de mensen die we liefhebben, dat we op vrijdag geen frietjes met mayonaise kunnen eten, dat Jupiler nergens te koop is, dat ze hier geen Croky Bolognese hebben, dat de kaas en chocolade toch niet helemaal hetzelfde is, ... Dépaysement, de Fransen hebben het bij het rechte eind.


Zicht op Mt Taranaki
Mt. Taranaki

maandag 21 maart 2016

Goed genoeg

Gedurende twee weken vertoefde ik in Wellington, waar ik de laatste loodjes voltooide van de training voor mijn, ondertussen niet meer zo heel erg nieuwe, job. De training was druk en zwaar dus echt veel tijd was er niet om Wellington, de hoofdstad van Nieuw Zeeland, te verkennen. Er was enkel tijd om ons van onze accomodatie (het Royal New Zealand Police College, dat zijn beste tijd gehad heeft) naar de trainingslocatie (in het hartje van het Central Business District) te begeven. Gedurende die tijd konden we genieten van iets wat ik al lang niet meer had meegemaakt, en wat me herinnerde aan onze tijd in België: file, ellenlange files, uitzichtloze rijen auto's. Mijn trainingsmaatjes stonden al snel de autosleutels af aan mij: ik was in mijn nopjes in mijn natuurlijke habitat.

Het is een beetje jammer dat we niet echt de tijd kregen om het mooie Wellington te verkennen. Vanuit de auto vingen we hier en daar een glimps op van gezellige straten en knusse buurten. Het zag er allemaal fantastisch uit, maar wij kregen enkel de zakelijke kant te zien: groepen mensen die gehaast en ongeïnteresseerd naar hun bestemming hollen, de mensen leken voorbij te gaan aan de schoonheid van hun omgeving. De drukte en snelheid herinnerde me aan dat gevoel dat ik zo graag wou achterlaten, de gehaastheid van het bestaan.

Ik weet niet hoe het leven eraan toegaat in Wellington, maar toen ik de gehaaste mensen gadesloeg vanuit de auto wist ik weer hoe ik me in België voelde: alsof het nooit goed genoeg was. Hoe hard ik ook mijn best deed, het kon altijd beter. Enkele weken geleden maakte ik me zorgen en vulde mijn hoofd zich met exact dezelfde vraag: "is dit goed genoeg?". Deze week kwam ik tot de ontdekking dat dit wellicht de vloek is van ons Belgen, of misschien van alle Westerlingen: het is nooit goed genoeg.

Toen ik vrijdagavond uit het vliegtuig stapte in New Plymouth en meteen opkeek naar de imposante berg Taranaki wist ik het weer heel erg zeker: dit is zeker en vast goed genoeg. Er hing een kalmte in de lucht die kenmerkend is voor New Plymouth. Niemand holt hier, het is er te warm voor. Er heerst een beetje een slaperig sfeertje, alles gaat zijn gangetje. Er is tijd: om te genieten, om te praten, om stil te staan. Dit weekend vond WOMAD plaats in New Plymouth: een wereldmuziek en kunstfestival. Het stadspark werd omgetoverd tot een heus familiefeest met muziek van alle werelddelen en, nog belangrijker, overheerlijk voedsel van over de hele wereld. Het festival was ongelooflijk goed georganiseerd: propere toiletten en nergens een vuiltje op de grond. Het hele park was gevuld met blije gezichten en gelukkige mensen. Een aangenamer "welkom terug" in mijn nieuwe thuis kon ik me niet wensen!


dinsdag 1 maart 2016

Desillusies

Het is weeral een dikke twee, misschien zelfs drie, weken geleden dat ik een blog schreef. Dat besefte ik dit weekend al. Schrijven is één van mijn grootste passies, ik doe het zielsgraag en ik kan genieten van het vinden van een juiste zin of spannende woordcombinatie. Waarom dan, vroeg ik me dit weekend af, verwaarloos ik die passie de laatste weken? Het antwoord is simpel en moeilijk. Het antwoord is het laatste wat ik wou horen toen we zes maanden geleden koers zetten naar Nieuw Zeeland. Het antwoord is... dat ik het te druk heb met mijn nieuwe job. Het werk en de daarbijhorende training is intens en allesomvattend. Er valt weinig te ontsnappen aan de werkdruk als je twee weken op hotel gestuurd wordt om deel te nemen aan een opleiding.

Werkdruk, dat is helaas de nieuwe waarheid waar ik hier aan de andere kant van de wereld mee geconfronteerd wordt. En om nog eerlijker te zijn, het is niet zozeer de werkdruk of de intensiteit van de opleiding die me dwarsligt. Het is wat dat met me doet en wat dat in me losmaakt. Het is wat Kenny wonderlijk samenvatte in één duidelijke zin: we wilden avontuur en nu hebben we huisje-tuintje-boompje. Dat is het exact: we leven de Belgische droom, alleen 25.000 km verderop.

We leven onze zorgvuldig uitgedachte droom, hier in het verre Nieuw Zeeland. Zelfs met de aanwezige werkdruk leef ik nog steeds een stressloos bestaan. Na het werk kunnen wandelen aan het strand of op de berg, dat is van onschatbare waarde. Kenny kan de hele dag door genieten van al het moois dat New Plymouth te bieden heeft en ik hoor hem nog steeds niet klagen (New Plymouth heeft dan ook veel moois te bieden). We leven een rustig, voortkabbelend bestaan. We hebben een huisje met een tuin waar hond en poes zich in kunnen uitleven, met zelfs ruimte voor een mini-moestuintje. We hebben beperkte bezittingen en 90% van wat we bezitten hebben we gratis gekregen of uit de kringloopwinkel gehaald. Emigreren heeft nu eenmaal in perspectief geplaatst hoe nodig meubels en spullen echt zijn. Een TV hebben we niet, want er valt zoveel te beleven buiten dat er toch geen tijd is om voor de buis te hangen. Elke dag spring ik met een glimlach uit mijn bed, zelfs op werkdagen. Elke dag kan Kenny net een beetje langer blijven liggen dan mij, want hij heeft geen werkdagen.

Het klinkt fantastisch en dat is het ook. Toch kan ik me niet losmaken van die sluipende desillusie die zich van me meester maakt. Heel af en toe betrap ik mezelf op die stille vraag in mijn achterhoofd. Dan vraag ik mezelf: "is dit het nu?". We moeten toegeven dat alles ons enorm voor de wind gegaan is. Alles is perfect uitgedraaid zoals we het hadden gehoopt, zo mogelijks nog beter. Alles is ook veel sneller gegaan dan we hadden durven denken. Het lijkt allemaal zo gemakkelijk. Soms wou ik dat het meer was, maar emigreren gaat nu eenmaal niet over met draken vechten. Emigreren is een leven opbouwen in een ander land en zo wordt zelfs het grootste avontuur uiteindelijk huisje-tuintje-boompje.

Back Beach

Mt. Taranaki

Avondwandeling aan het strand

zondag 7 februari 2016

Stroomversnelling

Twee weken zijn er voorbijgegaan sinds mijn laatste blogpost, en wat een twee weken! Ons Nieuw-Zeelandse rustige kabbelende bestaan geraakte de voorbije twee weken even in een stroomversnelling, wat meteen ook een verklaring is voor de stilte op de blog.

Op 26 januari, twee weken geleden dus, kregen we de sleutels van ons huurhuis. De eerste kennismaking met onze nieuwe permanente stek, was niet echt overtuigend positief. Het leek alsof er de voorbije jaren nooit echt gekuist was in het huis en de tuin stond er maar zielig bij. Er was ons nochtans beloofd dat dode bomen verwijderd zouden worden en dat het hele huis een grondige poetsbeurt zou ondergaan. Ach, misschien hebben wij andere standaarden...
We bleven niet bij de pakken zitten en het daaropvolgende weekend pakten we het hele huis grondig aan. We kuisten alles van top tot teen, haalden onze gekregen salon op en kochten wat kleine noodzakelijke spulletjes. Op zondag verhuisden we dan eindelijk naar ons nieuwe stekje. Het afscheid van de mensen in het vakantiehuisje was nog moeilijker dan gedacht: na drie weken waren we al aardig aan elkaar gehecht geraakt. We kunnen gelukkig gemakkelijk contact houden, aangezien we niet ver weg verhuizen. De eerste nacht in ons nieuwe huisje brachten we door op kampeermatjes, omdat de meubelwinkel ons bed vergeten leveren was...

Veel tijd was er niet voor mij om te wennen aan het nieuwe huis, want maandagochtend vertrok ik voor dag en dauw met het vliegtuig naar Wellington om te beginnen aan week 1 van de intensieve training voor mijn nieuwe job. Van mijn collega's had ik al heel wat heftige verhalen gehoord en ik werd erop voorbereid me "aan het ergste te verwachten", de training zou intens worden. Aangekomen in Wellington maakte ik al snel kennis met mijn lotgenoten en we werden allen samen naar het Royal New Zealand Police College gebracht om daar de rest van de week door te brengen. Het Police College heeft zijn beste tijd gehad, maar bleek een uitstekende setting voor een intense trainingsweek. Mensen hebben nog al eens de neiging om vriendschapsbanden te vormen wanneer ze verenigd worden door moeilijke omstandigheden.
Terugblikkend op de eerste week ben ik alvast enorm positief. Ik heb erg veel geleerd over het therapeutische programma dat ik, hopelijk (als ik slaag, want jawel, er is een examen op het einde van de rit), binnenkort zal geven aan ex-gedetineerden. Als gratis extra heb ik een aantal leuke vrienden gemaakt. Een hele week samenleven met Nieuw Zeelanders is de allerbeste manier om je volledig onder te dompelen in de cultuur en iedereen vond het razend plezant om me allerlei "kiwi"dingen aan te leren. Ook wat betreft de Maori-cultuur begin ik stilaan meer zelfvertrouwen te krijgen, voornamelijk door het besef dat ik niet de enige ben die veel te leren heeft op dat vlak. Een enorm voordeel aan de groep is dat er een aantal mensen met een Maori achtergrond bij zijn, en zij vonden het fantastisch om de anderen te helpen met alle vragen over uitspraak, taal en cultuur.

Om iedereen een beetje een idee te geven van de moeilijkheidsgraad van mijn nieuwe uitdaging (en mijn vooruitgang) is hier mijn mihi (een soort welkomstspeech):

Tēnā koutou katoa (Welkom iedereen)
Nga mihi nui ki a koutou katoa (Warme groeten aan iedereen)
Ki te atua - Tēnā koe (aan de schepper - welkom)
Ki te papatuanuku - Tēnā koe (aan moeder aarde - welkom)
Ki te whare - Tēnā  koe (aan het huis/gebouw - welkom)
Ki te hunga mate (vaarwel aan de doden)
Ki te hunga ora (welkom aan de levenden)
Tēnā koutou katoa ( Welkom iedereen)

Dit soort tekst leek een week geleden nog Chinees (of Maori) voor mij, maar ondertussen kan ik het hele ding al foutloos uitspreken én zelfs begrijpen. De training gaat nog verder tot eind maart, wie weet hoeveel vooruitgang ik nog zal boeken!

Terwijl ik dus ver weg van huis Maori trachtte te leren en mezelf onderdompelde in psychologische concepten, probeerde Kenny van het huis een thuis te maken. Zijn week bestond voornamelijk uit de hopeloze en eindeloze zoektocht naar leuke en toffe meubels. Hij wist al een bureaustoel en bureau op de kop te tikken voor de ongelooflijke prijs van 2 dollar (in een kringloopwinkel uiteraard).

Hoewel het een fijne week is geweest, was ik vrijdag toch blij om terug op het vliegtuig te stappen naar New Plymouth. Toen door de wolken mt. Taranaki piekte, wist ik dat ik thuis was. Ik was blij om eindelijk de ervaring van het nieuwe huis te kunnen delen met Kenny. Het is een beetje vreemd om een thuis-gevoel te krijgen bij een stad waar je nog maar 3 weken woont en bij een huis waar je nog maar één nacht hebt doorgebracht. Na vijf maanden thuis-loos te zijn, rond te trekken en stil te staan weet ik dat het antwoord heel simpel is: thuis is waar Kenny en ik samen zijn, waar dat ook mag zijn.

Voor de liefhebbers, hieronder een filmpje van de waiata (het liedje) die iedereen die voor Department of Corrections werkt moet kennen, Te aroha:



woensdag 20 januari 2016

De job

Het is al donderdagavond in Nieuw Zeeland en daarmee zit mijn eerste echte werkweek er bijna op (de korte en nare marketingervaring in Christchurch tellen we al lang niet meer mee). Het is, op zijn zachtst uitgedrukt, al een ervaring geweest.

Maandag was mijn allereerste dag. Zoals dat hoort ging ik met veel kriebels in de buik naar het kantoor, nadat ik had overwogen om permanent huisvrouw te worden om alle werkstress te vermijden. Het was met een klein hartje dat ik me aanmeldde aan de receptie, maar het warme onthaal deed al mijn zorgen verdwijnen. Het ligt blijkbaar in de maori-cultuur (en dus ook de Nieuw Zeelandse) om elkaar eerst te leren kennen alvorens men over werk begint te praten. Dat is alvast een idee waar ik achter kan staan. Maandag leerde ik dus iedereen kennen, op een rustige manier. Het werd me meteen duidelijk dat de "toeristische Nieuw Zeelandse vriendelijkheid" niets is, vergeleken met de vriendelijkheid die ze tonen wanneer je er voor kiest om je in hun gemeenschap te vestigen. Toen ze hoorden dat we pas aangekomen waren in New Plymouth en dat we niets hadden, werd er meteen duchtig rondgebeld naar vrienden en familie om te kijken of iemand ons zou kunnen verderhelpen. We hebben ondertussen al een zetel, twee stoelen en een bed.
Het hoeft dus niet gezegd dat ik maandagavond vol lof was over mijn nieuwe job bij het thuiskomen.

Dinsdag maakte de initiële roze wolk plaats voor de realiteit onder de vorm van een deftige cultuurshock. Dinsdagochtend besloot men immers om de dag te beginnen met een maori-lied. Ik deed mijn best en overleefde het hele gebeuren. Toen ik nadien echter uitleg kreeg over de training die ik de komende weken zal krijgen en daarin woorden zag staan als mihi, kawa en tikanga kreeg ik het wat moeilijk. Wanneer ik dan ook nog eens de opdracht kreeg om mijn eigen mihi en pepeha voor te bereiden, wou ik naar huis. Ik had het gevoel dat de nieuwe uitdaging die ik gekozen had van te grote omvang was en dat het mij nooit zou lukken. Hoewel ik me nog steeds erg goed voelde op de job, kwam er een grote zweem van onzekerheid bij kijken.

Ik besloot dat het dom zou zijn om dit probleem verder te laten groeien en vroeg meteen hulp. Vandaag kreeg ik een telefoon van de cultural supervisor die me met plezier een antwoord gaf op al mijn vragen. Ze hielp me bij het begrijpen van alle vreemde woorden, stelde me gerust en gaf me tips voor mijn eigen mihi en pepeha. In het kort gezegd is een mihi een soort van openingszin en een pepeha is een korte voorstelling van jezelf. Ik voelde me een pak geruster nadien: het zal nog een lange weg worden, maar wat een interessante weg. Ik wou dat ik de hele weg in één keer kon bewandelen, maar mijn collega's wezen me er al een aantal keer op dat ik geduld moet hebben, "Rome wasn't build in a day". Het is enorm moeilijk mijn enthousiasme te temperen en af en toe bekijken ze me alsof ik een beetje gek ben. Ik geef toe dat "I'm having soooo much fun" misschien een mogelijks vreemd antwoord is, als mensen vragen hoe je werkdag verloopt. Het moge duidelijk zijn: ik ben zeer tevreden met de nieuwe job. Ik heb nog veel te leren en het zal zeker niet altijd gemakkelijk zijn. Maar ik heb er enorm veel zin in. De job is alles wat ik gehoopt had.

En Kenny? Die geniet van het leven. Hij leest boeken, loopt, wandelt, eet en slaapt. Hij rijdt ook veel rond, om New Plymouth te verkennen en de sfeer op te snuiven. Hij haalt me 's avonds op samen met Saiko en dan gaan we na het werk nog even aan de zee wandelen. Het leven kan mooi zijn...

vrijdag 15 januari 2016

Hello New Plymouth

Het is alweer eventjes geleden en ondertussen zitten we op het Noordereiland van Nieuw Zeeland, in het zonnige New Plymouth.

Het afscheid van Christchurch viel ons moeilijk. In de paar maanden dat we er woonden was het onze thuis geworden. Het voelde alsof we voor de zoveelste keer ontheemd werden. Je zou denken dat we dat ondertussen al gewend zouden zijn... Deze keer reden we ook de realiteit tegemoet. In New Plymouth zou het echte leven immers beginnen.

De rit van Christchurch naar New Plymouth viel al bij al nog mee. Mauwie lijkt het verhuizen al een beetje gewoon te zijn en was een uiterst voorbeeldige poes. Ook Saiko zette zijn beste pootje voor en deed op geen enkel moment lastig. Zelfs de rit op de ferry leek de twee niet uit hun lood te slaan. Na een tocht van maar liefst 15 uur kwamen we eindelijk aan in New Plymouth. We hadden nog net voldoende energie om in het bed van ons vakantiehuisje te ploffen.

Echt veel tijd om op adem te komen was er echter niet. De volgende dag hadden we immers al meteen afspraken vastgelegd om huurhuizen te bekijken. Op dit moment verblijven we in een vakantiehuisje. Een heel mooi huisje met een mooie tuin, maar te klein voor 2 mensen, 2 dieren en ons hele hebben en houden. De zoektocht naar een iets grotere en iets permanentere woonst was dus prioriteit. We hadden ons voorbereid op een lange en moeilijke zoektocht. We gingen ervan uit dat onze dieren en de afwezigheid van referenties het ons danig moeilijk zouden maken. Niets is blijkbaar minder waar: we haalden onze charme boven (en lieten vooral Saiko de harten veroveren) en kregen meteen het eerste huis dat we wilden toegewezen. Het leven hoeft blijkbaar niet moeilijk te zijn... 26/01 kunnen we verhuizen naar ons nieuwe huisje, dichtbij het strand en dichtbij de stad. We kijken er al naar uit...

De voorbije dagen namen we uiteraard ook de tijd om New Plymouth te verkennen. De eerste conclusies zijn positief. Wat ik hier de eerste keer ook al merkte, blijkt nog steeds zo: de mensen zijn hier zo mogelijk nog vriendelijker dan elders. Volgens de dame van ons vakantiehuisje komt dat doordat New Plymouth zeer afgelegen ligt en je daardoor een hecht community-gevoel krijgt. Voor de rest is New Plymouth gewoon een hele leuke plek, een gezellige stad met een overvloed aan toffe trendy plekken. De zee met de glinsterende zwarte stranden aan de ene kant en de besneeuwde top van de vulkaan aan de andere kant, groene velden en een hip stadscentrum in het midden: alles samen vormt het een idyllisch geheel. Het lijkt vreemd dat hierover bijzonder weinig "in de boekjes" staat geschreven. New Plymouth lijkt misschien wel Nieuw Zeeland's best bewaarde geheim. Wij zijn alvast blij dat we het ontdekt hebben.

donderdag 7 januari 2016

Goodbye Christchurch

Maandag verlaten we Christchurch en beginnen we aan onze, hopelijk laatste, grote verhuis. Met nog slechts twee dagen op de Christchurch-teller lijkt het gepast om even terug te blikken op onze tijd op het Zuidereiland. Ons bezoek aan de grootste stad van het Zuidereiland was aan de korte kant, maar daardoor niet minder bewogen. Om het met een cliché te zeggen: we zijn gegroeid. Het lijkt gepast, in deze stad die zelf aan het groeien is na de verwoestende aardbeving.

Waarom gegroeid? Enkele maanden geleden waren we nog Nieuw Zeeland groentjes. We waren het land binnengekomen vol wilde dromen en halve plannen. In Auckland en Taupo beseften we stilaan dat we er niet zouden komen zonder enige vorm van richting te geven aan onze droom. In Christchurch vonden we die richting. Meer nog, in Christchurch vonden onze drukke hoofden rust. Voor we ons hier vestigden, wisten we niet waar naar toe. Onze gedachten dansten in alle richtingen, maar nooit bleven ze bij één punt. Het was alsof we onze eigen aardbeving beleefden, waarbij letterlijk alles wat we normaal en gewoon achtten op zijn grondvesten daverde. We hadden een prachtige kans gekregen en alle wegen stonden open, maar zoals ik al eens eerder schreef, is "geen plan" niet altijd een godsgeschenk. Er was keuzestress: we wilden koste wat kost de juiste keuze maken om deze unieke kans niet te verpesten. In Christchurch stopten onze gedachten met hun afleidende dans. We kozen een richting, volgden een plan en slaagden daarin. We verlaten Christchurch als twee sterkere personen, gegroeid na onze eigen aardbeving.
We leerden dat we het niet altijd zo moeilijk hoeven te maken. Het draait om het vinden van je passie, datgene waar je je dagen mee wilt vullen, waarvoor je slaap wilt laten, datgene wat al het andere onbelangrijk maakt. Soms moet je 20.000 km verderop verhuizen om te beseffen dat je al lang wist wat je passie was. Soms verhuis je naar de andere kant van de wereld om te ontdekken dat je het nog steeds niet weet. Ik (her)vond mijn passie, Kenny zoekt. Beiden zijn ok, want wie zoekt, die vindt.

Gevonden passie of niet, beiden van ons zijn klaar voor de grote overtocht naar New Plymouth. Ik kijk er al naar uit om acht uren in de auto te zitten met Mauwie en ik ben er zeker van dat zij het opnieuw fantastisch zal vinden. Indien jullie daarbij enig sarcasme ontdekken, is dat volledig correct.
Het was een aangename tijd hier in Christchurch. We leerden immens veel, leerden fijne mensen kennen en zagen prachtige delen van Nieuw Zeeland. Het is met gemengde gevoelens dat we afscheid nemen van ons eerste echte "thuis"-gevoel in Nieuw Zeeland.... Goodbye Christchurch.